Praktijk · 3 min lezen
Zien welke AI-tools je mensen echt gebruiken
Vraag in een bedrijf van dertig man welke AI er gebruikt wordt en je krijgt een lijst van vier tools. Kijk vervolgens naar wat er werkelijk langskomt en het zijn er vijftien. Dat verschil is geen slordigheid van je collega's. Het is hoe deze tools verspreid worden.
Waarom je lijst niet klopt
Proefaccounts. AI-tools zijn gratis te beginnen en vragen alleen een werkmailadres. Er is geen inkoopmoment, geen factuur en dus geen spoor in de administratie.
Functies die erbij komen. Een pakket dat je al drie jaar gebruikt zet er een AI-assistent in. Er verandert niets aan de prijs en niets aan het contract, maar er gaat wel data naar een nieuw model.
Modellen die wisselen. In een eigen product is het wisselen van model één regel code. De tool die in je register staat is dan formeel dezelfde, maar wat er onder de motorkap gebeurt is veranderd.
Sleutels op naam. Een developer maakt een persoonlijke API-sleutel aan om iets te proberen. Dat werkt, dus het blijft staan. Twee jaar later draait er productiecode op de sleutel van iemand die er niet meer werkt, en niemand weet dat.
Waarom dat een probleem is
Niet omdat elke tool gevaarlijk is. De meeste zijn dat niet. Het probleem is dat je vier vragen niet kunt beantwoorden:
- Waar gaat onze data heen en in welk land staat die.
- Wie heeft toegang, en wat gebeurt er als die persoon vertrekt.
- Wat kost dit ons bij elkaar.
- Klopt wat we onze klanten en onze accountant vertellen.
En daar komt bij: één lus in code die zonder limiet tegen een betaald model aan praat, kan in een weekend een rekening van duizenden euro's opleveren. Dat is geen wetgevingsprobleem maar het doet wel pijn.
Wat bedrijven proberen
Rondvragen. Werkt één keer. Je krijgt de tools die mensen zich herinneren en niet de tools die ze even snel gebruikten.
Verbieden. Werkt averechts. Mensen gebruiken het dan op hun eigen account en hun eigen laptop, en dan heb je geen zicht meer in plaats van minder gebruik.
De facturen langslopen. Vindt alleen wat betaald wordt. Juist de gratis proefaccounts, die het meeste risico geven, staan nergens op.
Netwerkverkeer filteren. Werkt voor bedrijven met een eigen IT-afdeling en een beheerd netwerk. Voor een bedrijf van twintig man met laptops en thuiswerkers is dat te zwaar.
Wat wel werkt bij deze bedrijfsgrootte
Zorgen dat het AI-verkeer van je eigen producten en processen langs één punt loopt. Niet om te blokkeren, maar om te zien.
Praktisch betekent dat: in plaats van dat elk project rechtstreeks met OpenAI of Anthropic praat, praten ze met één adres binnen je eigen omgeving, dat het verzoek doorzet. Vanaf dat moment weet je per project welk model gebruikt wordt, wat het kost en wanneer er iets nieuws opduikt. Sleutels staan centraal en zijn per project in te trekken, en je kunt een budget per project instellen dat automatisch dichtgaat.
Dit dekt niet alles. Een collega die in zijn browser een chatbot gebruikt, loopt hier niet langs. Daarvoor blijft een afspraak en een aanmeldpunt nodig. Maar het dekt wel het deel waar je eigen producten en je eigen data zitten, en dat is het deel waar de vragen over gaan.
Waar wij aan bouwen
Noxtrack is dat ene punt, met de verwerking binnen Europa. Je verandert één instelling in je projecten, en daarna zie je wat er langskomt, wat het kost en welke modellen erbij zijn gekomen. Wat je ziet vult tegelijk je AI-register.
Het is nog niet af, maar je kunt er nu al bij. We richten de eerste bedrijven met de hand in. Plan een kennismaking als je erbij wilt zijn.
Dit is uitleg, geen juridisch advies.